Welke ski past bij mij?
Welke ski past bij mij?

Welke ski past bij mij?

Wintersport Live Wintersport Live

“Welke ski past bij mij?” is een veel gestelde vraag, en zonder eenduidig antwoord. Er zijn zo veel factoren die bepalen hoe een ski zich gedraagt. En begrip van die factoren kan je een eind in de goede richting helpen. Als je weet wat je wil althans.Want daar begint het: wat wil je dat de ski goed kan?

Een ski die alles kan is nog niet uitgevonden. En dat komt omdat meer van het één bijna altijd iets minder van het ander betekent. Je moet dus keuzes maken, en voor jezelf altijd eerst de volgende zaken goed inschatten:

  • Bouw van de skiër (lengte en gewicht)?
  • Niveau van de skiër (beginner, licht gevorderd, vergevorderd, expert)?
  • Harde of zachte sneeuw?
  • Lange of korte bochten?
  • Snel of langzaam?

Of een ski iets goed of minder goed kan, is op te breken in vier aspecten van een ski: radius, stijfheid, rockerprofiel en afmetingen (lengte en breedte). In de combinatie van deze aspecten zit de sleutel tot het vinden van een ski die past bij jouw wensen. Van het totale aanbod kan je al zeker 95% uitsluiten als je deze vier aspecten als filter gebruikt. De laatste keuzes zijn zeer persoonlijk en gaan over het gevoel van de ski (zelf erop skiën dus, als het even kan), esthetische aspecten en budget. Hierover zijn geen vuistregels te formuleren; over die andere aspecten wel.

Radius:

Tegenwoordig zijn bijna alle ski’s getailleerd: het midden van de lat is smaller dan de uiteinden. Dit zorgt ervoor dat de ski een zelfsturend effect krijgt. Hoe extremer die taillering, des te groter het zelfsturend effect. De radius verwijst naar de grootte van de denkbeeldige cirkelboog die door de breedste punt aan de voorkant van de ski, het smalste punt onder de binding en het breedste punt aan de achterkant van de ski loopt. Dit is de grootst mogelijke bocht die met de ski gesneden kan worden. Door de ski te buigen (wat eigenlijk constant gebeurt door de krachten die op de ski worden uitgeoefend) is de bocht in de sneeuw altijd kleiner dan de vermelde radius.

Hoe groter de radius, des te groter de bochten die je ermee kan skiën. Ski’s die ontworpen zijn voor korte bochten hebben doorgaans een radius tot ongeveer 14 meter; middellange bochten 14 tot 19 meter en ski’s voor lange bochten hebben een radius vanaf 19 meter. Deze grenzen zijn arbitrair en slechts een richtlijn. Maar feit is wel dat een ski met een kleine radius geen grote bochten kan snijden, maar dat een ski met een grote radius wel kleine bochten kan snijden, mits hij voldoende gebogen kan worden (kijk maar naar de reuzenslalom in de wereldbeker: de mannen skiën op ski’s met een radius van 35 meter veel kortere bochten).

Vuistregel: Hoe groter de radius, des te groter de bochten die je ermee kan skiën, maar hoe harder je daarvoor moet werken (input van techniek en energie).

Stijfheid:

Het buigen van de ski behoeft een bepaalde stijfheid. Hoe groter de krachten op een ski (gewicht en snelheid van de skiër, hardheid van de ondergrond, hellingshoek), des te stijver de ski moet zijn om die krachten op te vangen. Een beginnende, rustig skiënde lichte skiër op een zachte ondergrond wil liever een wat minder stijve ski, zodat oneffenheden of onbedoelde bewegingen niet meteen worden afgestraft. Want een grotere stijfheid van de ski zorgt ook voor een directere omzetting van de krachten die op een ski van invloed zijn. Kort gezegd kan je dus stellen een stijvere ski meer stabiliteit en controle geeft, maar ook meer energie kost om te skiën (en dat is niet per se spierkracht, maar een combinatie van alle krachten die op een ski werken, zoals gewicht en snelheid van de skiër).

Vuistregel: een stijve ski geeft stabiliteit en kan grote krachten aan, maar kost meer energie en techniek om te skiën.

Ski’s zijn vaak niet vlak. Afgezien van het opstaande puntje aan de voorkant, zijn de meeste ski’s voorgebogen. Als je een ski zonder binding op een tafel legt, zijn er twee raakpunten aan de voor- en achterkant van de ski. Als de ski tussen die twee raakpunten in omhoog komt van de tafel, heet dat ‘camber’ (het Engelse woord voor ‘boog’). Deze buiging zorgt ervoor dat de kracht die gedurende het skiën van een bocht worden opgebouwd, weer terug worden gegeven tijdens het omkanten van de ene bocht naar de volgende (dit is wat wordt bedoeld met ‘rebound’). Hoe meer camber, des te groter deze rebound.

Sinds een jaar of 15 hebben sommige ski’s ‘rocker’ (genoemd naar het Engelse woord voor schommelstoel, waarvan de poten grofweg dezelfde vorm hebben). Dit betekent dat het voorste (en tegenwoordig vaak ook het achterste) deel van de ski wat omhoog komt van de sneeuw. In diepe sneeuw zorgt dit ervoor dat de punten boven de sneeuw blijven drijven; op elke ondergrond geldt dat de ski dan makkelijker over oneffenheden glijdt. De hoeveelheid rocker wordt vaak aangegeven in het percentage van de lengte van de ski die gerockerd is.

De algemene ervaring van rocker is een meer geleidelijke aangrijping van de staalkant in de sneeuw, en dus dat de ski makkelijker indraait (dat wil zeggen, het vereist minder impuls of kracht). Hoe groter het aandeel rocker in de ski, des te korter de effectieve contactlengte van de ski op de sneeuw (de raakpunten liggen immers dichter bij elkaar).

Vuistregel: rocker helpt bij drijfvermogen, omgaan met oneffenheden en draaigemak, maar geeft een kortere effectieve lengte en meer instabiliteit op snelheid.

Lengte en breedte:

Dat brengt ons bij de lengte van de ski. De contactlengte wordt dus mede bepaald door de mate van rocker in de ski. En aangezien het die contactlengte is waar je effectief mee werkt op een geprepareerde piste, moet je wat je verliest aan rocker dus een beetje compenseren met lengte. Maar die lengte heeft wel invloed op het skigedrag. De vuistregel is: lengte brengt snelheid, stabiliteit en drijfvermogen, maar zorgt voor minder wendbaarheid (wat weer gecompenseerd kan worden door een iets flexibelere ski, een kleinere radius of meer rocker – het is altijd een combinatie van al deze zaken).

Hoewel veel richtlijnen worden aangeboden voor het kiezen van de juiste lengte van een ski, heeft dit alles te maken met het beoogde gebruik en de combinatie van radius, stijfheid en rockerprofiel. Maar als alles in het midden zit (lichaamsbouw, gewenste wendbaarheid, snelheid, gemixte ondergrond, gemiddeld gevorderd niveau) is lichaamslengte een goed startpunt. Als je zwaarder of beter bent, harder, grotere bochten, meer rocker of meer drijfvermogen wil, neem dan iets langer. Als je lichter of iets onervarener bent, langzamer, kortere bochten, of minder rocker wil, kies dan iets korter.

De breedte van een ski (gemeten op het smalste punt van de ski, meestal in millimeters) heeft invloed op het oppervlak en dus het drijfvermogen van de ski. Op een harde ondergrond kost een bredere ski echter meer kracht om om te kanten. Over het algemeen zal de breedte van de ski prima zijn voor het beoogd gebruik als je in alle bovenstaande aspecten de juiste keuze hebt gemaakt. Alleen voor specifieke poederski’s kan je aanhouden dat een breedte van minimaal 110 mm onder de voet toch wel gewenst is.

Vuistregel: lichaamslengte is het uitgangspunt.

Skiërprofielen:

Hieronder volgt een aantal veelvoorkomende profielen van skiërs. Daarbij staat aangegeven welke combinaties van ski-eigenschappen daarbij doorgaans passen. Deze profielen ontstaan naar aanleiding van de vuistregels die hierboven zijn genoemd. Persoonlijke voorkeur gaat daar altijd boven.

  • Beginner piste:   radius < 14, flexibele ski, rocker < 10%, lichaamslengte -10
  • Sportieve slalommer:   radius < 14, stijve ski, rocker < 5%, lichaamslengte -10
  • Vakantiecruiser:   radius 14-19, gemiddelde stijfheid, rocker < 20%, lichaamslengte
  • Pisteknaller:   radius 14-19, stijve ski, rocker < 10%, lichaamslengte
  • Vrijheid blijheid:   radius > 19, gemiddelde stijfheid, rocker > 10%, minimaal lichaamslengte
  • Freerider:   radius > 14, stijfheid naar voorkeur, rocker > 20%, lichaamslengte +10

Auteur

Wintersport Live
Wintersport Live

Wintersport Live Redactie - Nieuws vanuit de dalen en vanaf de bergen.

Reacties