Super El Niño op komst: wat betekent dat voor de wintersport?

Links een skiër op een grijze, kaalgereden piste, rechts een skiër tot de enkels in verse poedersneeuw tussen besneeuwde bomen.
Veel of weinig sneeuw: de hoogte en ligging van een skigebied bepalen dat meer dan de temperatuur van de Stille Oceaan.
19 augustus 2026, 10:40 uur

5 minuten

19 augustus 2026, 10:40 uur

5 minuten

De Amerikaanse weerdienst heeft op 13 augustus officieel een El Niño-waarschuwing afgegeven, en de cijfers erachter zijn niet mis. Er is meer dan negentig procent kans op een zeer sterke El Niño deze winter, en voor het najaar zelfs negenenzestig procent kans op een gebeurtenis die alles overtreft wat sinds 1950 is gemeten. Dat nieuws gaat de hele wereld over, en de logische vervolgvraag voor iedereen met een skivakantie in gedachten is: ligt er straks sneeuw of niet? Het eerlijke antwoord is genuanceerder dan de koppen doen vermoeden, en juist daarom de moeite waard.

Wat er nu precies gemeten wordt

Het Climate Prediction Center, onderdeel van de Amerikaanse weerdienst NOAA, publiceerde op 13 augustus een El Niño Advisory. In de Niño 3.4-regio, het stuk Stille Oceaan waaraan de sterkte van El Niño wordt afgemeten, lag de zeewatertemperatuur in juli 1,4 graad boven normaal.

Twee getallen springen eruit. De kans op een zeer sterke El Niño in de herfst en winter van 2026 en 2027 is groter dan negentig procent. En voor de periode oktober tot en met december schat het CPC de kans op een historische gebeurtenis, met een afwijking van 2,5 graad of meer, op negenenzestig procent. Dat zou sterker zijn dan elke El Niño sinds het begin van de metingen in 1950, inclusief die van 1997 en 2015.

Dat is uitzonderlijk, en het verklaart waarom er zoveel over te doen is. NOS op 3 maakte er deze week een heldere uitleg over.

Wat El Niño eigenlijk is

Normaal blazen passaatwinden het warme oppervlaktewater van de Stille Oceaan richting Azië en Australië. Voor de kust van Zuid-Amerika komt daardoor koud water van de diepte naar boven. Tijdens een El Niño verzwakken die passaatwinden, blijft het warme water aan de oostkant hangen en warmt de oceaan daar op over duizenden kilometers langs de evenaar.

Zoveel warm water verandert de plek waar de lucht opstijgt, en daarmee de stand van de straalstroom. Dat effect plant zich voort over de hele aardbol, en dat is de reden dat een warme plek in de Stille Oceaan iets kan doen met het weer boven Europa.

Waarom El Niño meer zegt over Colorado dan over Tirol

Hier zit de nuance die in veel berichten wegvalt. De invloed van El Niño is het sterkst en het best voorspelbaar in het Pacifische gebied en Noord-Amerika. Voor Californië, de zuidelijke Rocky Mountains, Australië en delen van Zuid-Amerika zijn de verbanden robuust en al decennia consistent.

Voor Europa is dat verhaal veel zwakker. De Alpen liggen aan de andere kant van de wereld, en het signaal moet daar via een lange keten van luchtdrukverschillen komen. Onderzoek van de laatste jaren laat bovendien zien dat het verband tussen El Niño en het Europese winterweer niet stabiel is: het verandert over de decennia en is de afgelopen periode eerder zwakker dan sterker geworden. Wie je vertelt dat een sterke El Niño automatisch een slechte of juist goede Alpenwinter betekent, gaat verder dan de wetenschap toestaat.

Het signaal dat er wél is, en dat zit in februari

Toch is het niet helemaal ruis. Er is één patroon dat in het onderzoek steeds terugkomt, en dat is de moeite waard om te kennen.

Tijdens een El Niño neigt Noord-Europa naar koudere omstandigheden, en gaat de luchtdrukverdeling boven de Atlantische Oceaan richting de negatieve fase van de Noord-Atlantische Oscillatie. In gewone taal: hogere druk boven het noorden, lagere druk op onze breedte, en een stormbaan die zuidelijker ligt dan normaal. Voor de Alpen is dat op zichzelf geen slecht nieuws, want een zuidelijker stormbaan betekent dat depressies vaker over of langs de Alpen trekken in plaats van er ruim ten noorden van.

Het interessante zit in de timing. Dat koudesignaal is het duidelijkst in de tweede helft van de winter, in januari en februari, en niet in november en december. In de vroege winter ziet het patroon er anders uit. Dat verschil viel lange tijd niet op omdat onderzoekers de winter meestal als één blok van december tot en met februari bekeken, waardoor de twee helften elkaar uitmiddelden. De vertraging heeft te maken met de route die het signaal aflegt, deels via de stratosfeer, en dat kost simpelweg weken.

Voor wie een week moet kiezen is dat het enige praktisch bruikbare dat je uit El Niño kunt halen, en zelfs dan met flinke onzekerheidsmarges.

De vorige superwinter: december 2015

De laatste El Niño van deze klasse was die van 2015 en 2016. En december 2015 staat in de Alpen in het geheugen gegrift als de maand waarin er niets lag.

De cijfers zijn indrukwekkend. In de oostelijke Alpen lag de gemiddelde temperatuur die maand ongeveer 6,5 graad boven het gemiddelde van 1971 tot 2000, bijna vier standaardafwijkingen boven normaal. Voor het eerst in honderdvijftig jaar meten kwam de gemiddelde decembertemperatuur boven nul uit op hoogtes tussen 2.100 en 2.500 meter. Tegen het eind van de maand was op veel plekken vrijwel alle sneeuw verdwenen, en op gletsjers op ruim 2.000 meter smolt zelfs ijs weg, midden in de winter.

Dat is een verleidelijk verhaal, maar wees voorzichtig met de conclusie. Twee sterke El Niño-winters vormen geen patroon, en die decemberhitte kwam voort uit een hardnekkig blokkerend hogedrukgebied boven Europa waar meer aan ten grondslag lag dan alleen een warme Stille Oceaan. Wat het wel laat zien: als het misgaat, kan het spectaculair misgaan, en dan helpt alleen hoogte.

Wat je hier als wintersporter mee moet

Niet je vakantie afzeggen, en hem ook niet extra vroeg boeken. Een seizoensverwachting op basis van El Niño is geen weersverwachting, en zeker geen sneeuwverwachting voor jouw week in jouw dal.

Wat wel verstandig is, is dezelfde afweging die je elk jaar zou moeten maken, maar dit jaar met iets meer aandacht. Kijk naar de hoogte van het dalstation en niet alleen naar de hoogte van de top, want die eerste bepaalt of je aan het eind van de dag naar beneden kunt skiën. Kijk naar het aandeel noordhellingen, want daar blijft sneeuw bij warmte het langst liggen. En een gebied met een gletsjer, zoals Sölden of Zermatt, heeft in een moeilijke winter simpelweg meer achtervang.

En als je toch een week mag kiezen: het signaal dat er is, wijst naar de tweede helft van de winter.

Veelgestelde vragen over El Niño en de wintersport

Betekent een sterke El Niño weinig sneeuw in de Alpen?

Nee, dat verband is er niet aantoonbaar. El Niño heeft een sterke invloed op het weer in het Pacifische gebied en Noord-Amerika, maar het effect op Europa is zwak en wisselt bovendien per decennium. December 2015 was extreem zacht tijdens een sterke El Niño, maar dat is één geval en geen bewijs.

Wanneer is El Niño op zijn sterkst?

Meestal rond de jaarwisseling. De naam komt van Peruaanse vissers die het verschijnsel rond Kerstmis opmerkten. De piek valt dus midden in het Europese skiseizoen, al kost het weken voordat een eventueel effect zich richting Europa vertaalt.

Wat is het verschil tussen El Niño en La Niña?

Het zijn de twee uitersten van dezelfde cyclus. Bij El Niño is het water in de oostelijke Stille Oceaan warmer dan normaal, bij La Niña juist kouder. Daartussen zit een neutrale toestand, en die komt het vaakst voor.

Kun je op basis van El Niño je skivakantie plannen?

Voor de keuze van je bestemming niet. Voor de keuze van je week hooguit een klein beetje, want het weinige signaal dat er voor Europa is, wijst naar januari en februari in plaats van naar de vroege winter. Hoogte, ligging en gletsjeraandeel van een gebied zeggen veel meer over je kans op sneeuw dan de temperatuur van de Stille Oceaan.

We houden de ontwikkeling van deze El Niño het hele seizoen bij, en komen er in het najaar op terug zodra de eerste langetermijnmodellen voor de Alpen binnen zijn.

Reacties


Log in en lees reacties